1.3 Berekeningen

Het Engelse woord compute betekent rekenen. De computer heeft zijn naam te danken aan rekenen. COBOL is een programmeertaal die niet in de eerste plaats is gericht op het uitvoeren van berekeningen. De taal is bedoeld voor administratieve toepassingen. Uiteraard komen daarbij ook berekeningen voor. Maar deze berekeningen zijn meestal eenvoudig van aard. Denk bijvoorbeeld aan het berekenen van een gemiddelde of het bepalen van percentages.

Een van de rekenopdrachten die COBOL kent is de compute-opdracht. Hier volgt een voorbeeld van dit statement.

compute qi = gewicht / (lengte ** 2 / 10000)
  

De compute-opdracht in COBOL kent een waarde toe aan een variabele. De naam van de variabele die een waarde krijgt, volgt op het woord compute. In het voorbeeld is de naam van de variabele qi. Na de variabelenaam komt altijd een is-gelijk-teken (=). Aan de rechterkant van het is-gelijk-teken staat een formule. Bij de uitvoering van een compute-statement begint de computer aan de rechterkant van het =-teken: bij de formule. Hij rekent de formule uit volgens de regels die we zo dadelijk zullen bespreken. De uitkomst van de formule is een getal. De variabele tussen compute en het =-teken krijgt dat getal als (nieuwe) waarde. Een eventuele oude waarde van de variabele gaat daardoor verloren.

De volgende paragraaf gaat verder in op het begrip formule.

omslag leerboek

Serie: leerboeken informatica

Titel: Tijd voor COBOL 1

Auteur: Andree Hollander

naamlogo