Het maken van een keuze is een veel voorkomende activiteit in een computerprogramma. Figuur 1.1 toont een programmastructuurdiagram (PSD) van de selectiestructuur. De computer bekijkt of een voorwaarde (Engels: condition) waar is of onwaar. Afhankelijk van de uitslag komt een van de twee vakken aan bod.
Figuur 1.1: Selectiediagram
In COBOL gebruiken we voor het programmeren van keuzesituaties het if-statement. Een voorwaarde bepaalt welke van twee mogelijke takken de computer uitvoert. We kunnen spreken van een then-tak en een else-tak. Kijk naar het volgende voorbeeld:
if qi >= 30 then display "Een zwaarte-index (qi) vanaf 30 betekent" display "dat u aan vetzucht lijdt. U moet serieus gaan" display "proberen om te vermageren." else display "Een zwaarte-index (qi) onder de 30" display "is niet verontrustend." end-if
De voorwaarde is: qi >= 30. De variabele qi moet eerder in het programma een waarde hebben gekregen. Als de variabele qi de waarde 30 of hoger heeft, dan is de voorwaarde waar. De computer voert dan de drie display-opdrachten uit die op then volgen. Als qi kleiner is dan 30, dan is de voorwaarde onwaar en zijn de opdrachten na else aan de beurt. Er zijn dus twee mogelijkheden. Altijd komt slechts een van de twee aan bod, afhankelijk van de voorwaarde.
End-if bepaalt het einde van het else-gedeelte en sluit het if-statement af.
Na then en na else komen een of meer opdrachten. In het voorbeeld zien we uitsluitend display-opdrachten, maar andere opdrachten zijn ook toegestaan.