In het vorige hoofdstuk maakten we kennis met een aantal elementaire opdrachten van de programmeertaal COBOL. Met behulp van deze en andere opdrachten beschrijven we de acties die een computer moet uitvoeren. De opdrachten van COBOL zoals we die zagen, zijn het belangrijkste onderdeel van een programma. Maar ze zijn niet het hele COBOL-programma.
In dit hoofdstuk zien we wat er aan die opdrachten vooraf gaat om een volledig programma te maken. We bekijken de opbouw en de indeling van een programma. Verder gaan we in op de manier waarop een programma moet worden geschreven. Een belangrijk onderdeel bij COBOL is de beschrijving van variabelen. Ook dat komt hier aan de orde. Het enige nieuwe statement in dit hoofdstuk is stop run.
Hoofdstuk 2 Een volledig programma