Hoofdstuk 2 Samenvatting

Een COBOL-programma bestaat uit de volgende vier divisions:
- identification division: geeft het programma een naam;
- environment division: bevat gegevens over hardware, bestanden en bijzonderheden;
- data division: beschrijft de categorie en lengte van variabelen;
- procedure division: bevat de echte opdrachten, gegroepeerd in paragrafen (en eventueel in sections).

Hoofdletters en kleine letters zijn in een COBOL-programma onderling verwisselbaar. Alleen in een tekstconstante blijft het verschil bestaan.

Een regel in het programma heeft een strakke indeling. De posities 1 - 6 zijn leeg. Positie 7 is meestal leeg. Een sterretje in positie 7 geeft aan de de rest van de regel commentaar bevat. Positie 8 tot en met 11 is gebied A. In gebied A moeten de namen van de divisions, sections en paragrafen beginnen, alsmede het niveaunummer 01. Gebied B begint op positie 12 en heeft een eindgrens die per computer kan verschillen. In gebied B staan de gegevens die niet in gebied A mogen beginnen.

De spatie is in COBOL het belangrijkste scheidingsteken. In principe zijn alle taalelementen van elkaar gescheiden door een spatie. Overal waar één spatie staat, mogen ook verschillende spaties staan.

Een punt vormt de afsluiting van de namen van divisions, sections en paragrafen, een veldbeschrijving en een paragraaf (na de laatste opdracht).

Een zelfgekozen naam bestaat uit maximaal 30 tekens (letters, cijfers en het koppelteken '-') en mag geen gereserveerd woord zijn.

De beschrijving van een variabele bestaat uit een niveaunummer, de veldnaam en een of meer clausules. We bekeken in dit hoofdstuk de picture-clausule. Die legt de categorie en de lengte van een veld vast.

Stop run beëindigt de verwerking van een COBOL-programma.

Hoofdstuk 2 Een volledig programma

omslag 'Tijd voor COBOL'

Serie: leerboeken informatica

Titel: Tijd voor COBOL 1

Auteur: Andree Hollander

naamlogo