Aan het begin van een programma zien we vaak dat allerlei variabelen hun beginwaarde krijgen. Er staat dan een heel rijtje move-opdrachten. Het geven van beginwaarden hoort bij het zorgen voor een juiste beginsituatie. We noemen dat initialiseren.
In veel COBOL-programma's staan alle initialisatie bij elkaar in een paragraaf die dan bijvoorbeeld init heet. Het programma begint dan met
perform init
De paragraaf init kan er zo uitzien:
init. move zero to aantal-gelezen move 1 to bladnummer move "V E R S L A G Z O M E R 1 9 8 8" to kopregel-1 move " van de computercommissie" to kopregel-2. move 12.35 to verzendkosten
Er is nog een makkelijker manier om velden een beginwaarde te geven. Daartoe voegen we een value-clausule toe aan de veldbeschrijving in de working-storage section.
01 aantal-gelezen picture 999, value zero. 01 bladnummer picture 99, value 1. 01 kopregel-1 picture X(40), value "V E R S L A G Z O M E R 1 9 8 8". 01 kopregel-2 picture X(40), value " van de computercommissie". 01 verzendkosten picture ZZ9.99B/, value " 12.35 /"
onthoud
Met de value-clausule schrijven we een constante achter een veld in de working-storage section. De computer zorgt er nu voor dat bij het begin van het programma de velden die opgegeven beginwaarde hebben.
Let er op dat de value-clausule niet hetzelfde doet als een overeenkomstige move-opdracht. Kijk maar naar het laatste voorbeeld. Een move-opdracht houdt rekening met de opmaaktekens in een veld. De value-clausule niet. Als we value gebruiken, dan moeten we de opmaak zelf verzorgen. Bij picture-clausules die een opgemaakt veld beschrijven, moeten we de waarde tussen aanhalingstekens opgegeven. Net zoals we dat bij de alfanumerieke velden doen.