De string-opdracht voegt tekstgedeelten uit verschillende velden samen tot één resultaatveld. Het getal in een pointerveld kan daarbij het beginpunt aangeven in het resultaatveld. Het pointerveld wordt automatisch verhoogd. Overflow treedt op wanneer het resultaatveld te klein blijkt.
Justified right is een van de clausules waarmee we een alfanumeriek veld in de data division kunnen beschrijven. Als we met een move-opdracht zo'n veld een waarde geven, dan komt de tekst rechts aangesloten te staan.
Op een alfanumeriek veld zijn de volgende testen toegestaan:
- alphabetic: is waar als het veld alleen letters en/of spaties bevat;
- alphabetic-upper: is waar als het veld alleen hoofdletters en/of
spaties bevat.
- alphabetic-lower: is waar als het veld alleen kleiner letters en/of
spaties bevat;
De unstring-opdracht splitst een veld en brengt de tekstgedeelten volgens de regels van de move-opdracht over naar verschillende velden. We kunnen daarbij een of meer scheidingstekens opgeven. Zonder scheidingstekens vult de computer de genoemde velden volledig. Het aantal over te brengen tekens en de gevonden scheidingstekens kunnen we in aparte velden opbergen. Het getal in een pointerveld kan het beginpunt aangeven in het uitgangsveld. Overflow ontstaat als het pointerveld een onjuiste waarde aanwijst of als er te weinig velden zijn.
De inspect-opdracht met tallying telt een of meer tekens in (een gedeelte van) een veld. Alle tekens of alleen de tekens die vooraan staan. Het telveld moeten we zelf vooraf initialiseren.
De inspect met replacing vervangt tekens in (een gedeelte van) een veld. Alle tekens of alleen de tekens die vooraan staan of de eerste keer dat de tekens voorkomen.
De inspect met converting vervangt tekens in (een gedeelte van) een veld door met twee rijtjes tekens te werken. Een teken uit het ene rijtje wordt vervangen door het overeenkomstige tekens van het andere rijtje.
Hoofdstuk 7 Werken met teksten