In de data division gebruiken we niveaunummers bij de beschrijving van velden. Niveaunummers tonen het verband tussen groepsvelden en elementaire velden. Voor het indelen van 01-velden kunnen we niveaunummers tot aan nummer 49 gebruiken.
Daarnaast bestaat het nummer 88 voor het aangeven van voorwaarde-namen. Niveaunummer 88 heeft niets te maken met de indeling van velden. Met nummer 88 beschrijven we een afkorting die we in de procedure division kunnen gebruiken in een conditie.
Nog een ander apart niveaunummer is nummer 77.
onthoud
Het speciale nummer 77 kunnen we gebruiken voor velden die niet zijn onderverdeeld en die ook geen deel uitmaken van een groter geheel.
Niveau 77 kan dus alleen voorkomen bij velden die geheel op zichzelf staan.
77 systeem-datum pic x(6). 77 bladteller pic 99.
De twee variabelen die hier met een 77-nummer zijn beschreven, zijn losstaande velden.
Zonder verschil in betekenis kunnen we op zichzelf staande velden ook
met een 01-nummer beschrijven. Het niveaunummer 77 is dus nooit echt nodig.