a probleemstelling
Een bureau voor psychologisch onderzoek heeft ongeveer 1300 studenten een
test afgenomen. In een bestand zijn per persoon verschillende gegevens opgeslagen.
Een van die gegevens is de benodigde tijd. De tijd is opgeslagen als één
getal van vier cijfers. In dat getal stellen de eerste twee cijfers de uren
voor en de laatste twee cijfers de minuten. Bij iemand die twee uur en twintig
minuten nodig had, staat 0220 in het record. Met de tijdsduren wil het bureau
enige statistische bewerkingen uitvoeren. Daartoe is een programma statistiek
nodig. Het programma levert uitvoer op het standaarduitvoermedium.
b bewerkingen
illustratie: Geert Nijmolen
c bestand studenten
medium: diskette (implementor-name is DISK)
organisatie: geïndiceerd sequentieel
blokkingsfactor: 68
record-lengte: 120
positie 17-20: tijdsduur, 2 cijfers uren, 2 cijfers minuten
d tabel
Voor het bepalen van de modus moet een telling worden bijgehouden van het aantal keer dat een (afgeronde) waarde is voorgekomen. Daartoe gebruikt men een tabel van 100 elementen (regels). De tabel is groot genoeg voor de toepassing. Elk element van de tabel bestaat uit twee getallen. Het eerste getal bevat een afgerond minutengetal, het tweede telt het aantal keer dat dit minutengetal voorkomt. Het bijhouden van de tabel gebeurt in een subprogramma met de naam groeperen. Dit subprogramma is een onderdeel van het programma ststistiek.
e programmastructuurdiagrammen